Oliën en vetten in paardenvoer

Vetten hebben de hoogste energiedichtheid van alle voedingsstoffen. Ondanks het ontbreken van een galblaas kunnen paarden oliën en vetten gebruiken als energiebron. Hier vind je alles wat je moet weten over het voeren van vetten.

Allereerst: Wat zijn vetten?

Voordat we ons bezighouden met het gebruik van vetten in paardenvoer, moeten we eerst goed begrijpen wat vetten eigenlijk zijn. Vetten zijn voedingsstoffen. Ze zijn samengesteld uit het molecuul glycerine, dat vastzit aan vetzuren. Vetzuren bestaan uit koolstof, waterstof en zuurstof, waarbij de koolstofatomen ketens vormen van verschillende lengte. Afhankelijk van de lengte van de keten worden korte-, middellange- en langeketenvetzuren onderscheiden. Ze komen in twee verschillende vormen voor: verzadigd en onverzadigd. Als de koolstofatomen van de ketting met elkaar zijn verbonden via enkelvoudige verbindingen, gaat het om verzadigde vetzuren. Bij een dubbele binding betreft het onverzadigde vetzuren ofwel omega-vetzuren. Afhankelijk van de plaats waar de dubbele binding zich bevindt, gaat het om omega-3- of omega-6-vetzuren, enz.

Bovendien kunnen de vetzuren worden onderverdeeld in essentiële en niet-essentiële vetzuren. Voor alle zoogdieren en zo ook voor paarden, zijn de essentiële vetzuren linolzuur (hoort bij de groep omega-6-vetzuren) en alfa-linolzuur (hoort bij de groep omega-3-vetzuren). Deze vetzuren worden niet in het lichaam zelf aangemaakt, maar moeten via voeding vanaf buiten worden toegevoerd.

Vetten met een hoog percentage korteketen- en onverzadigde vetzuren zijn zeer licht verteerbaar. Dit komt omdat zij vanwege de dubbele bindingen zeer reactief zijn. Daarom worden in paardenvoer bij voorkeur oliën gebruikt met meervoudig onverzadigde vetzuren, zoals lijnolie. Vetten met verzadigde vetzuren zijn echter moeilijk verteerbaar en kunnen problemen opleveren voor het organisme, omdat hun smeltpunt ver boven de lichaamstemperatuur ligt. Voor optimale vertering zou in dit geval een passende voorbehandeling nodig zijn.

Plantaardige olie, gestabiliseerde rijstzemelen, lijnzaad, soja en zonnebloempitten zijn goede vetbronnen in het paardenvoer. In het algemeen kun je stellen dat paarden plantaardige oliën prefereren boven dierlijke olie.
 

Vet versus olie – wat is het verschil?

Ruw vet vermeld op de etikettering van voedermiddelen beschrijft het vetgehalte in het voer. Het verschil tussen oliën en vetten is de aggregatietoestand. Vetten bevinden zich bij kamertemperatuur in een vaste of halfvaste toestand en bevatten voornamelijk verzadigde vetzuren. Oliën hebben echter een lager smeltpunt en een groot gehalte aan enkel- en meervoudig onverzadigde vetzuren. Voor paardenvoer zijn vetten meestal minder geschikt omdat de langeketenvetzuren niet zo goed kunnen worden verteerd. Om de verteerbaarheid te verbeteren, is een passende voorbehandeling nodig.
 

Waarom worden vetten gebruikt in voer?

Er zijn een paar goede redenen voor het gebruik van vetten in paardenvoer:

  1. Binding van het stof

Veel aanvullende voeders bevatten een klein percentage plantaardige olie om stof te binden, dat tijdens de opslag ontstaat. De toevoeging van olie in kleine hoeveelheden kan voldoende zijn om de ontwikkeling van stof duurzaam te onderdrukken.

  1. Hogere energietoevoer

Vet levert meer energie dan alle andere energiedragers (ruwe celstof, koolhydraten, eiwit, vet). 1 g vet bevat meer dan twee keer zo veel energie als 1 g zetmeel. Door het gebruik van vet kan bij prestatiepaarden het volume van het rantsoen en daarmee ook het zetmeelgehalte verlaagd worden. Dit vermindert het risico op het ontstaan van spijsverteringsproblemen en ontstoken rugspieren bij prestatiepaarden vanwege te groot gehalte zetmeel in het graanvoer. Ook bij andere paarden die zetmeel uit graan niet verdragen, of het nu gaat om PPID (Cushing), PSSM of maagklachten, kan energie op gezonde wijze via vetten worden geleverd. Tot 1 g vet per kg lichaamsgewicht en dag gelden als verdraagbaar.

  1. Alternatief voor graan bij ‘levendige’ paarden

Vetten zijn ideaal ter vervanging van graan. Ze verbruiken energie zonder invloed te hebben op het temperament van het paard, omdat de vetverbranding geen enkel effect heeft op de bloedsuikerspiegel. Daarom kunnen ook ‘wildere’ paarden van voldoende ‘verdraagbare’ energie worden voorzien.

  1. Positieve uitwerking op de gezondheid

Vetten leveren een hoog bestanddeel gezonde stoffen, zoals omega-3-vetzuren. Deze zijn belangrijk voor het regelen van de bloedstolling en het gezond houden van de bloedvaten. Ook ondersteunen ze het lichaam bij ontstekingsprocessen. Ze zijn ook een belangrijk bestanddeel van celmembranen. Zo ondersteunen ze bijv. de huidcellen om belangrijke voedingsstoffen op te nemen, wat vrij snel merkbaar wordt door de glanzende vacht van het paard.

Uit studies is gebleken dat de omega-3-vetzuren DHA (docosahexaeenzuur) en EPA (eicosapentaeenzuur) in een passende concentratie bijzondere ontstekingsremmende effecten hebben en positief uitwerken op de gezondheidstoestand van paarden met Equinem Astma of artritis.

Juist paarden met maagproblemen hebben eveneens profijt van het antibacteriële effect van de olie: vet remt de activiteit van de micro-organismen die bovenin de maag van het paard leven, die zuren vormen uit licht fermenteerbare koolhydraten zoals zetmeel, en dempt zo het vrijkomen van zuren.

Olie verteren zonder galblaas: hoe werkt dat?

Paarden hebben in tegenstelling tot andere zoogdieren geen galblaas. Dit betekent omgekeerd niet dat paarden geen enkel vermogen hebben om vet te verteren. Het paard kan gal weliswaar niet opslaan, maar de paardenlever produceert zes tot tien liter gal en geeft dit voortdurend af in de dunne darm. Dit garandeert een continue vetvertering. Alleen de toestroom van grote hoeveelheden voedingsvetten in één keer kan een probleem zijn.

De vetvertering begint al in de maag. Hier zorgen de in de maag aanwezige lipasen (enzymen van de vetvertering) ervoor dat kleine lipidebestanddelen, maar ook middellange- en onverzadigde langeketenvetzuren, worden afgesplitst. Na aankomst in de dunne darm treedt de volgende verteringsstap in werking via de lipasen van de alvleesklier en door emulgatie van de lipide met de galzuren, waardoor nog kleinere lipidebestanddelen ontstaan. Op deze manier kan 80 tot 95% van de opgenomen olie door het paard worden benut.

In de dunne darm vindt vervolgens effectieve opname van deze kleine lipidebouwstenen plaats. Nadat deze samen met de vetzuren de epitheelcellen van de darm zijn gepasseerd, komen ze in de lymfe- maar vooral ook in de bloedhaarvaten terecht. Via de bloedhaarvaten worden de vetzuren, gekoppeld aan transporteiwit, vervolgens toegevoegd aan het bloed in de poortader en bereiken zo de lever. Van daaruit worden ze vervoerd naar de periferie van het lichaam.
 

Hoe pas ik vetten/oliën in paardenvoer toe?

Er mag niet al te snel worden omgeschakeld naar vetrijk voer. Ook is het belangrijk om niet al te grote hoeveelheden vet te voeren. Geadviseerd wordt om de periode van omschakeling over meerdere dagen te verdelen, zodat het verteringsstelsel voldoende tijd heeft om hieraan te wennen. In dit verband moet bijv. bij olie worden gestart met een geringe hoeveelheid, waarna deze slechts met 5-10 ml per 100 kg lichaamsgewicht moet worden verhoogd. Ook vetrijk krachtvoer moet langzaam worden gevoerd. Als in deze periode de voederopname van het vetrijke kribvoeder langzamer verloopt, moet dit (indien geen grote voederresten achterblijven) als positief worden beschouwd. Maag en darm worden zo ontlast en het risico op dysbiose (verstoorde darmflora) neemt af.

Bovendien moet het voeren van olie (afhankelijk van de totale dagelijkse hoeveelheid) bij voorkeur in kleinere hoeveelheden over meerdere maaltijden per dag worden verdeeld. Het paard heeft – zoals eerder vermeld – vanwege het ontbreken van de galblaas geen mogelijkheid om galzuur op te slaan, zodat grote hoeveelheden vet niet onbeperkt in één keer verteerd kunnen worden. In kleinere hoeveelheden kan het vet wel optimaal worden benut.
 

Wat gebeurt er als ik mijn paard te veel vet voer?

Hoewel het voeren van vet veel voordelen heeft, moet je als paardenbezitter met bepaalde dingen rekening houden. Vet wordt voornamelijk verteerd in de dunne darm, terwijl ruwe celstof in de dikke darm microbieel wordt verwerkt. Bij een te grote hoeveelheid olie kan de verteringscapaciteit van de dunne darm worden overschreden. Onverteerde olie kan dan in de dikke darm terechtkomen en de verteerbaarheid van ruwe celstof verlagen. Dat komt doordat vet een antibacteriële werking heeft en de activiteit van de micro-organismen in de darm remt.
Bij lijnolie is bijvoorbeeld een hoeveelheid van 2,5 ml/kg lichaamsgewicht en dag voldoende om verschijnselen van onverdraaglijkheid te veroorzaken

Stelregel bij gezonde paarden:

gezonde paarden kunnen hooguit 1 g vet per kg lichaamsgewicht en dag probleemloos verteren. Per maaltijd mag het echter niet meer dan 0,5 g per kg lichaamsgewicht zijn. Dat is bij een warmbloed van 600 kg bijvoorbeeld 300 ml olie bij twee keer voeren per dag. De maximale hoeveelheid bedraagt 600 ml per dag. Deze maximaal verdraagbare hoeveelheden zijn in principe veel hoger dan dat wat in de praktijk wordt toegepast. Meestal wordt tussen 30 en 100 ml per dag gevoerd. Dit is voor de meeste paarden die licht werk verrichten voldoende en voorziet ze van hoogwaardige vetzuren.
100 g vet geeft het paard ongeveer evenveel energie als 300 g haver. Er is dus ca. 300 ml olie nodig om 1 kg haver in het rantsoen te vervangen. Dit is vooral van toepassing in het voer voor prestatiepaarden.

Welke vet- en oliesoorten zijn er en welke olie is het best?

Bij het kiezen van de olie die je aan je paard wil voeren, gaat het vooral om de verteerbaarheid en het percentage omega-3-vetzuren.

De acceptatie van de vetten is bij afzonderlijke paarden zeer verschillend. Uit onderzoek is gebleken dat plantaardige vetten de voorkeur hebben boven dierlijke vetten. Onder de plantaardige oliën heeft de maiskiemolie de hoogste acceptatie, maar ook soja-, lijn- en zonnebloemolie worden met succes gebruikt.

In principe kan echter elke hoogwaardige olie van voedselkwaliteit aan paarden worden gevoerd. Ze leveren allemaal veel energie en verschillen alleen in de samenstelling van de vetzuren en de daaraan gerelateerde dieeteffecten. Daarom kan er afhankelijk van het gewenste effect uit meerdere soorten worden gekozen.
 

Hier volgt een klein overzicht van de verschillende soorten plantaardige oliën:
  1. Lijnolie

Deze olie is rijk aan omega-3-vetzuren en heeft een aantoonbaar positief effect op huid en haar en op ontstekingsaandoeningen.

  1. Zonnebloemolie

Deze olie is rijk aan omega-6-vetzuren en kan de elasticiteit van de celmembranen ondersteunen, en ook de cholesterolspiegel positief beïnvloeden. Dankzij de aangename geur en de notensmaak wordt dit graag door paarden gegeten.

  1. Maiskiemolie

Deze olie is rijk aan essentiële vetzuren.

  1. Tarwekiemolie

Deze plantaardige olie heeft een bijzonder hoog gehalte aan vitamine E.

  1. Rijstkiemolie

Rijstkiemolie is al enkele jaren heel populair. Vanwege het bestanddeel γ-oryzanol werd er enige tijd van uitgegaan dat het een bepaald effect zou kunnen hebben op de stofwisseling van de spieren (anabole werking). Het ingrediënt γ-oryzanol gold dan ook lange tijd als niet ADMR-conform. Sinds 2019 is rijstkiemolie echter uit de lijst van verboden middelen verwijderd. Er is echter nog geen studie verschenen die de werkzaamheid van deze olie bevestigt. Zo kan het zijn dat rijstkiemolie door de verzadigde en enkelvoudig onverzadigde vetzuren weliswaar veel energie levert, maar of het werkelijk een spierversterkende heeft, kan nog niet worden onderschreven door overtuigende studieresultaten.

  1. Zwarte komijnolie

Deze olie heeft niet alleen een hoog gehalte aan onverzadigde vetzuren, maar ook aan verschillende secundaire plantaardige stoffen, die deels antibacterieel en ontstekingsremmend zouden werken. Daarom wordt het ook graag gebruikt ter ondersteuning van het immuunsysteem en de luchtwegen.

  1. Hennepolie

Hennepolie is rijk aan onverzadigde vetzuren en beschikt over een goede verhouding van omega-3- en omega-6-vetzuren.

  1. Visolie

Visolie, bijv. zalmolie, is vaak rijk aan de omega-3-vetzuren DHA en EPA en kan zodoende positieve dieeteffecten hebben wanneer een paard lijdt aan Equinem Asthma of atritis.

 

Hoe sla ik olie op en waaraan herken ik olie van goede kwaliteit?

Bij het toevoegen van plantaardige oliën aan krachtvoer moeten hoge eisen worden gesteld aan de kwaliteit. Bijzonder belangrijk is zowel de versheid als de zuiverheid van de plantaardige producten.

Een belangrijk bewerkingsproces is hierbij de koude persing omdat in dit proces voorzichtig wordt omgegaan met de belangrijke ingrediënten. Het productieproces is vermeld op de etikettering.

Bovendien is de opslag van doorslaggevende betekenis voor de houdbaarheid. Aangezien oliën onverzadigde vetzuren bevatten die zeer reactief zijn, kunnen ze onder invloed van warmte, zonnestralen en zuurstof snel bederven. Dit is te herkennen aan de ranzige geur en een melkachtige consistentie. Bij deze veranderingen mag de olie niet meer aan paarden worden gevoerd. Bijzonder kwetsbaar hiervoor is lijnolie.

Daarom wordt geadviseerd om bij de aankoop te letten op donkere flesjes of ondoorschijnende containers die koel, donker en droog moeten worden opgeslagen. De minimale houdbaarheidsdatum ligt zelfs bij optimale opslag slechts bij 4 tot 6 weken en moet worden aangehouden.

Ook vetrijk kribvoeder is – afhankelijk van de vetbron en voorbehandeling van de oliën/vetten – vaak niet zo lang houdbaar en gevoeliger voor bederf. Het is dan ook bijzonder belangrijk dat dit voer niet in zakken op ongeschikte plekken wordt opgeslagen (bijv. in een vochtige kelder, in de stal, in de felle zon, toegankelijk voor knaagdieren), maar zo snel mogelijk in luchtdichte containers over te brengen die op een koele, donkere plek worden opgeslagen. Dit geldt in principe voor al het voer. Maar juist voor vetrijk voer is het bijzonder belangrijk.


Janina Beule
Dezember 2024 ©AGROBS GmbH


Bronnen:

Bender, I. (2009): Praxishandbuch Pferdefütterung. Franckh-Kosmos Verlags-GmbH&Co. KG, Stuttgart.

Christmann, U.; Hancock, C.L.; Poole, C.M.; Emery, A.L.; Poovey, J.R.; Hagg, C.; Mattson, E.A.; Scarborough, J.J.; Christopher, J.S.; Dixon, A.T.; Craney, D.J.; Wood, P.L. (2021): Dynamics of DHA and EPA supplementation: incorporation into equine plasma, synovial fluid, and surfactant glycerophosphocholines. Metabolomics 17(5):41.

Coenen, M.; Vervuert I. (2020): Pferdefütterung. Georg Thieme Verlag KG, Stuttgart.

Davies, Z. (2009): Introduction to Horse Nutrition. Wiley-Blackwell.

Delobel, A.; Fabry, C.; Schoonheere, N.; Istasse, L.; Hornick, J. L. (2008): Linseed oil supplementation in diet for horses: Effects on palatability and digestibility, Livestock Science 116 (1-3), pages 15-21, https://doi.org/10.1016/j.livsci.2007.07.016.

Gäbel, G.; Loeffler, K.; Pfannkuche, H. (2018): Anatomie und Physiologie der Haustiere. 15e volledig herziene en uitgebreide oplage, Eugen Ulmer Verlag, Stuttgart.

Geor, R.J.; Harris, P.A.; Coenen, M. (2013): Equine Applied and Clinical Nutrition: Health, Welfare and Performance. Saunders Elsevier.

Kamphues, J.; Coenen, M.; Eider, K.; Iben, C.; Kienzle, E.; Liesegang, A.; Männer, K.; Wolf, P.; Zebeli, Q.; Zentek, J. (2014): Supplemente zur Tierernährung: für Studium und Praxis. Schlütersche.

Landes, E.; Meyer, H. (1998): „Einfluss von Fetten auf die Futteraufnahme sowie mikrobielle Umsetzung im Magen und Dünndarm des Pferdes“ in: PFERDEHEILKUNDE 14 / 1 (Januar/Februar) 51-58.

National Research Council (2007): Nutrient Requirements of Horses: Sixth Revised Edition. Washington, DC: The National Academies Press. https://doi.org/10.17226/11653.

Rauch, D. (2018): Auswirkungen einer Supplementierung von n-3-Fettsäuren und Selen unterschiedlicher Quellen auf Blutparameter des antioxidativen Stoffwechsels beim Pferd. URL: https://refubium.fu-berlin.de/bitstream/handle/fub188/4247/Rauch_online.pdf?sequence=1&isAllowed=y.

Redondo, A. J.; Carranza, J.; Trigo, P. (2009): Fat diet reduces stress and intensity of startle reaction in horses, Applied Animal Behaviour Science, 118 (1), pages 69-75 https://doi.org/10.1016/j.applanim.2009.02.008.

Stelse-Heine, S. (2021): Pferde richtig füttern: Blutwertanalysen – Futtermittel – Vitalstoffe, Books on Demand, Norderstedt.

Vervuert, I. (2019): Fit gefüttert. URL: https://www.bfh.ch/dam/jcr:4156c52a-40ce-4705-9a58-dbdc2fc472b5/vervuert-fit-gefuettert-brennpunkt-pferd-2019.pdf.

Von Schacky, C. (2019): Verwirrung um die Wirkung von Omega-3-Fettsäuren. Betrachtung von Studiendaten unter Berücksichtigung des Omega-3-Index. Die Innere Medizin 60(5) DOI:10.1007/s00108-019-00687-x.

Wenzel, I. (2018): Futtermittelkunde für Pferde: Krippenfuttermittel. Books on Demand, Norderstedt