Pas op voor giftige planten in de paardenweide!

Er zijn allerlei giftige planten die bij inname tot vergiftigingsverschijnselen kunnen leiden. De meeste giftige planten die in de paardenweide voorkomen worden door onze paarden gemeden. Een te schaars voedselaanbod kan er echter toe leiden dat deze planten in verse toestand worden ingeslikt. Bij jonge, onervaren paarden bestaat ook het gevaar dat giftige planten niet uitgesorteerd worden, maar mee opgegeten worden. 

De meeste giftige planten verliezen hun giftigheid door maaien en daarna drogen of inkuilen. Bijzonder gevaarlijk is daarom de introductie van giftige planten in het basisvoer, die ook na drogen of inkuilen nog een giftige werking hebben. In deze toestand verliezen de planten hun bittere smaak en kunnen paarden niet meer selectief te werk gaan en gaan ze dus ook de giftige planten eten.
 

Jacobskruiskruid - (Senecio jacobaea)

Wat de verschillende giftige planten betreft, neemt vooral het zeer giftige Jacobskruiskruid een belangrijke plaats in. Dit maakt het des te belangrijker om de verspreiding ervan op weiden en maaiweiden te beperken.

Jacobskruiskruid komt niet alleen vaak voor op matig onderhouden grasland, maar ook op veel plaatsen op braakliggende grond, terrein in afwachting van een bouwvergunning, bermen en spoordijken. Gebrek aan onderhoud van de groene zones, onder- of overmatig gebruik van de zones en een verzwakte grasmat werken de verspreiding in de hand.

Deze giftige plant behoort tot de familie van de composieten en zijn tros bestaat uit 15-20 gele bloemhoofdjes. De stengel heeft aan de basis een roodpaarse kleur, terwijl de rest van de stengel groen is. De lengte van de stengel bedraagt 20 tot 130 cm, afhankelijk van de hoogte van de groei. Jacobskruiskruid bloeit van juni tot oktober. De belangrijkste bloeiperiode vindt plaats rond 25 juli (St-Jacobs). De gevormde zaden verspreiden zich vooral via de wind en kunnen tot 25 jaar kiemkrachtig in de grond blijven. Behalve Jacobskruiskruid zijn er nog andere kruiskruiden, zoals waterkruiskruid, alpenkruiskruid en schaduwkruiskruid, die ook giftig zijn.

Jacobskruiskruid in de paardenweideWat maakt Jacobskruiskruid en andere kruiskruiden precies zo giftig? De pyrrolizidine alkaloïden (PA) die in de groene, ongeoogste staat van de plant voorkomen, en die als bescherming tegen het eten dienen, kunnen bij herbivoren tot acute of chronische vergiftigingsverschijnselen leiden. PA's zijn vooral bekend om hun toxiciteit voor de lever. Omdat de ingenomen PA's zich in de lever ophopen, kan zelfs de herhaalde inname van kleine hoeveelheden tot een fatale vergiftiging leiden. Symptomen die op chronische vergiftiging kunnen wijzen zijn verlies van eetlust, vermagering en vermoeidheid. Paarden zijn bijzonder gevoelig voor de gifstoffen van kruiskruid. Voor een groot paard met een lichaamsgewicht van 500 kg kan de opname van 20-40 kg verse planten of 3,4 kg gedroogd in hooi al fataal zijn. PA's kunnen echter ook in andere planten voorkomen. Een verhoogd PA-gehalte duidt dus niet noodzakelijk op de aanwezigheid van kruiskruid in het voeder.

In acute gevallen van PA-vergiftiging is de prognose meestal slecht. Therapie is vaak zinloos. Bij chronische vergiftiging is er, afhankelijk van de omvang van de schade aan de organen, weinig kans op herstel door symptomatische behandeling van de lever en het vermijden van verdere inname van kruiskruid of andere PA's.

Er zijn echter al verhoogde gehalten aan PA's ontdekt, niet alleen in veevoer, maar ook in voedingsmiddelen zoals kruidenthee en honing.
 

Herfsttijloos - (Colchicum autumnale)

Herfsttijloos in het grasHerfsttijloos is een andere zeer giftige plant die vooral voorkomt op extensief beheerd grasland. Herfsttijloos komt minder vaak voor op intensief gebruikte plaatsen waar vroeg en vaak gemaaid wordt. Omdat dit voor paardenweiden en grasland voor paardenhooi vaak niet van toepassing is, worden vooral paarden blootgesteld aan de grote mogelijke schadelijke gevolgen van deze giftige plant. Vooral afwisselend vochtige weiden met voedselrijke leemgrond bieden de herfsttijloos optimale omstandigheden om zich te verspreiden. 

De weliswaar mooi uitziende plant, die tot de leliefamilie behoort, heeft verschillende valkuilen waar paardeneigenaren, pensionstalhouders en boeren op bedacht moeten zijn. 

  1. In tegenstelling tot Jacobskruiskruid, dat meestal al kort voor de eerste maaibeurt duidelijk te zien is, verbergt herfsttijloos zich in de ondergrassen vlak boven de graszode. De bladeren, die altijd drie tanden hebben, kunnen ca. 30 cm hoog worden. Maar meestal blijven ze daar ver onder.
    Vanaf mei groeien de zaaddozen goed verborgen tussen de bladeren. Zoals de naam al zegt, bereikt de herfsttijloos zijn bloeiperiode in de herfst, meestal in september. De paarse, lila planten met krokusachtige bloemen zijn dan overal te zien in het nu korte gras.
    Als je je weide of grasland wilt ontdoen van de snelgroeiende plant, moet je zo snel mogelijk actie ondernemen. In het beste geval kun je ze in april zien, als de eerste donkergroene bladeren tussen het nog korte gras te zien zijn, of in de herfst, als de bloei actief is. Vooral van april tot mei, als de energiereserves van de knol op zijn laagst zijn, is langdurig verwijderen door uitsteken of zelfs mulchen het meest effectief. In de herfst wordt verdere verspreiding bemoeilijkt door maaien of mulchen, maar de knol kan het volgende voorjaar weer groeien.
    Als je de plant bestrijdt door hem bv. met de hand uit te steken, let er dan op dat alle delen van de plant giftig zijn, dus draag handschoenen en gooi alle delen van de plant bij het restafval. De hoogste giftigheid wordt echter vertoond door de zaaddoos, die vooral kort voor de eerste snede voor paardenhooi in juni tot volle rijpheid komt.
  2. Een ander probleem is de giftigheid van de plant in de gedroogde of ingekuilde toestand gedroogde herfsttijloos in hooi is giftig. Deze verandert niet ten opzichte van de verse plant.
    De plant heeft een alkaloïde gehalte van 1,2 - 2%. Herfsttijloos bevat in totaal 20 verschillende soorten alkaloïden, wat ook de vergiftigingsverschijnselen van zieke dieren zo gevarieerd maakt. Bijzonder gevaarlijk is het celgif colchicine, dat tot acute en ernstige vergiftiging kan leiden als het in grote hoeveelheden wordt geconsumeerd. Koliek, hoefbevangenheid maar ook neurologische stoornissen kunnen het gevolg zijn. Behalve acute vergiftiging is echter ook de langzame ophoping van het gif bijzonder verraderlijk. Zelfs bij zeer kleine hoeveelheden die dagelijks worden ingenomen, stapelt het cytotoxine zich op in de ontgiftingsorganen lever en nieren en kan het leiden tot spieratrofie en ernstige orgaanbeschadiging. 
    De acute dodelijke dosis is 1 mg/kg paard, wat overeenkomt met ongeveer 400 g van de gedroogde plant en 1.5 - 2.5 kg in verse stof. Hoe later de plant in het hooi geoogst wordt, hoe hoger het colchicine gehalte, omdat het alkaloïde gehalte tijdens het rijpen van de plant toeneemt. Dit is een andere reden waarom paarden waarvan het hooi zo laat mogelijk geoogst wordt er bijzonder onder te lijden hebben.
    Bij acute vergiftiging, zoals met kruiskruid, is de prognose nogal slecht, want er treedt bijna altijd ademhalingsverlamming op. Chronische kuren kunnen verlicht worden met gelijktijdige ondersteuning van de organen van de intoxicatie. Het is echter absoluut noodzakelijk om verdere inname van plantendelen te vermijden.

In elk geval is het des te raadzamer je toevlucht te nemen tot preventieve maatregelen om de verspreiding van deze planten te voorkomen en ze zo uit het voer te houden. Hier is regelmatig en consequent onderhoud van de weide bijzonder belangrijk, wat het behoud van een dichte, zeer sterke graszode bevordert. Preventieve en mechanische bestrijdingsmaatregelen zijn bijvoorbeeld het regelmatig afwisselen van maaien en begrazen van gebieden. Regelmatig opnieuw maaien en slepen van de groenstroken blijken ook doeltreffende maatregelen Vroegtijdig mulchen, vooral in het geval van herfsttijloos, bemesten naar behoefte en vroegtijdig opnieuw inzaaien van kale plekken met geschikt zaad (bv. met Pre Alpin® zaad) kunnen ook bijdragen tot een succesvolle bestrijding.

Niet alleen weiden en grasland moeten consequent beheerd worden, ook de teelt van grasland of akkerbouwgewassen, zoals luzerne, moet goed uitgevoerd worden, speciaal om kruiskruid te bestrijden. Ook hier kan slecht onderhoud van cultuurgrond leiden tot de verspreiding van giftige planten - vooral als die verbouwd worden op extensief beheerd grasland en niet op aangewezen akkerland, dat consequent onderhouden wordt.
 

AGROBS Kwaliteitscontrole voor giftige planten

De bestrijding van giftige planten is voor ons een speciale en belangrijke kwestie in verband met de productie van veevoeder.

Onze kwaliteitscontrole m.b.t. giftige planten, waaronder kruiskruid, is als volgt opgebouwd:

1. Informatie
a. Al ongeveer 10 jaar krijgen onze contractboeren, loonwerkers, werknemers en alle personen die bij het productieproces betrokken zijn een opleiding en informatiemateriaal met foto's over het herkennen en identificeren van giftige planten. (De nadruk ligt hier duidelijk op Jacobskruiskruid.)
 
b. Aankoopcontracten met clausules over kennisgeving, sluiting van percelen en bestrijding van giftige planten
 
c. Informatiestroom naar ruiterbedrijven en landbouwers bij waarneming van giftige planten
i. Hier ook informatie aan de bureaus en media, o.a. het Bureau van Landbouw, Boerenbond, Wegenbouwbureau, Münchener Merkur, afdelingen voor wegenonderhoud, gemeenten, veterinaire dienst, werktuigenvereniging, enz.

2. Controle
a. De percelen die we bewerken worden verschillende keren per jaar door ons of onze medewerkers geïnspecteerd.
De steekproefsgewijze controles omvatten:
i. Plantenstand
ii. Bodemgesteldheid
iii. Algemeen onderhoud van de percelen

3. Bestrijding
a. Wanneer een voorval bekend wordt, geven we de boer informatie en advies over de beste manier om het uit te roeien en hoe het de komende jaren verder moet.

b. Informatie aan boeren die niet aan ons leveren, alsook aan autoriteiten als giftige planten op hun land gedetecteerd worden.

Als producent van ruwvoeder en landbouwer zullen we alles blijven doen wat in ons vermogen ligt om gezond en kwaliteitsvol ruwvoer te produceren.

We hopen echter dat deze voorlichting en controle spoedig gehoor zullen vinden bij de overheid en dat vooral kruiskruid in de toekomst een van de planten zal zijn die bij wet gemeld moeten worden.
 
Antonia Triebig, Bsc. Landbouwwetenschappen
Dr. med. dierenarts Katharina Boes
april 2021, ©AGROBS GmbH
 
Bronnen*:
  • Landwirtschaftskammer Nordrhein-Westfalen: Jakobskreuzkraut (Senecio jacobaea) – Eine Giftpflanze auf dem Vormarsch. 4. Auflage, Stand November 2012
  • Gottschalk C., Ostertag J., Meyer K., Gareis M.: Pyrrolizidinalkaloide in Futtermitteln. Vortrag vom 16.   BfR-Verbraucherschutzforum 2015 Berlin
  • Bundesinstitut für Risikobewertung: Pyrrolizidinalkaloide in Kräutertees und Tees. Stellungnahme 018/2013 des BfR vom 5. Juli 2013
  • Meyer H., Coenen M.: Pferdefütterung. Enke Verlag, Stuttgart 2014
  • Seither, M., Elsäßer, M. (abgerufen 2021), Bekämpfungsstrategien gegen Herbstzeitlose (Colchicum autumnale) und deren Auswirkungen auf die botanische Zusammensetzung artenreicher Wiesen, Landwirtschaftliches Zentrum für Rinderhaltung, Grünlandwirtschaft, Milchwirtschaft, Wild und Fischerei Baden-Württemberg, Atzenberger Weg 99, 88326 Aulendorf
  • Gehring, K., Thyssen, S. (2004): Unkraut-Steckbrief: Herbstzeitlose, Bayerische Landesanstalt für Landwirtschaft (LFL)
  • Brand, Stephan (2020), Herbstzeitlose – jetzt Flächen für die Frühjahrsbekämpfung ermitteln, online abzurufen: https://llh.hessen.de/pflanze/pflanzenschutz/herbstzeitlose-jetzt-flaechen-fuer-die-fruehjahrsbekaempfung-ermitteln/
  
(* De bronverwijzingen verwijzen naar de technische inhoud van de tekst en niet naar de productaanbevelingen)